Ik sta onder de douche.

 

Het water heeft precies maar dan ook precies de goede temperatuur.

Fijn.

 

Terwijl ik voel hoe de druppels uit elkaar spatten op mijn halfwakkere koppie, kijk ik naar de vloer.

 

De witjes – van 10 bij 10 schat ik – zijn zo slordig getegeld zijn dat het bijna een mozaïek lijkt.

 

‘Maar’, zegt mijn innerlijke Bert, ‘dat is geen mozaïek, dat is gewoon slordig getegeld’.

 

Dan hobbelt het in mijn hoofd naar vrijdag.

 

Ik zit op een terras in Amsterdam Noord te eten met mijn woordkaas-mattie Niels.

 

Vol in de lentezon.

 

Als nagerecht krijgen we een semifreddo.

 

Dat is Italiaans voor ‘half-koud’.

 

Dus wij vragen ons af of ze ‘m moeten opwarmen of dat ze ’m juist moeten laten afkoelen tot-ie semifreddo is.

 

En dan denk ik: er is altijd een verschil tussen wat je zegt over de werkelijkheid en de werkelijkheid zelf.

 

Soms is dat verschil zelfs een gapende kloof.

 

Als je jargon schrijft bevobbeld.

 

Hoe verder je bij de werkelijkheid vandaan praat, hoe kleiner de kans dat wat je zegt op een dag werkelijkheid zal worden.

 

Denk daar maar eens over na als je zometeen een gesprek hebt over conversieratio-optimalisatie, potentiële synergieën of executoriaal derdenbeslag.

 

En die semifreddo?

 

Die was ijskoud 😉

 

Ha!

 

Joep.

Winkelwagen
Scroll naar top