Mijn werk brengt mij naar allerlei zaaltjes.

 

Deze keer ben ik op de zevende verdieping van de Amsterdamse OBA.

 

Het is gruwelijk poepweer, maar het uitzicht over Amsterdam is werkelijk waar schit–te–rond.

 

Samen met een kwartiermaker, een programmamaker, een CTO, een strategic design lead en twee ontwerpers schrijven we een narratief voor de OBA Next, de nieuwe bibliotheek zonder boeken die op de Zuidas komt.

 

Een narratief Joep, wat is dat? Help me effe.

 

Dat weet niemand, maar wij schrijven een stuk van – ja hèhè – twintig zinnen, in de heerlijke onzichtbare formule ‘kijk – want – dus’.

 

Want dat is gewoon een keigoeie formule voor een helder narratief.

 

Eerst doen we Drie Dingen die iedereen over schrijven zou moeten weten.

 

(dat is als je een narratief schrijft nog veel belangrijker dan als je bevobbeld een e-mail schrijft 😉

 

Ik zeg: ‘Het is fijn als het je lukt om je bedoeling zo helder op te schrijven dat je lezer elke letter begrijpt.’

 

Dan zegt Leonoor: ‘Het is toch ook goed om iets aan de verbeelding van je lezer over te laten?’

 

Nog nooit is het me gelukt om op deze vraag een goed antwoord te geven, maar nu hoor ik mezelf zeggen: ‘Ook als je helder bent, laat je nog steeds meer dan genoeg over aan de verbeelding van je lezer. Die heeft een heel ander hoofd dan jij, dus dat gaat helemaal vanzelf.’

 

En meteen daarna denk ik stilletjes: ‘Verdomd!’

 

Stel, jij vertelt mij de knetterheldere zin: ‘Ik eet een lollie’.

 

Dan gaat toch mijn verbeelding onmiddellijk aan het werk.

 

Wat voor lollie? Een Chupa Chup? En is het misschien die met cola-smaak? En heb je er toevallig ook één voor mij?

 

Dus: wees zo helder als je durft, en liefst nog een beetje helderder.

 

Moet je eens kijken hoeveel tijd je wint.

 

Joep.

Winkelwagen
Scroll naar top